Wereldgoal van Ferdy van de Berg (O.S.S.’20)

Het lukte de voetballers van O.S.S.’20 zondag (29-05-16) niet om in Amsterdam te winnen van ASV de Dijk. O.S.S.’20 speelde in Amsterdam een promotiewedstrijd voor een plek in de Derde divisie. De Ossenaren verloren echter met 3-2 waardoor de ploeg in de Hoofdklasse blijft.
Toch zal Ossenaar Ferdy van den Berg deze wedstrijd en nacompetitie niet snel vergeten. Hij maakte namelijk een wereldgoal. En net als in de voorgaande wedstrijd (3-3) was hij de absolute uitblinker en de man in vorm aan Osse zijde. Vanuit een onmogelijke positie wist hij op magistrale wijze de Amsterdamse doelman te passeren. Kijk en geniet.

Schrikbarende spiermassa-statistiek legt makken Eredivisie pijnlijk bloot

In Nederland wordt er door de critici nog wel eens met de term jonge juffrouwen verwezen naar de verdedigers die rondlopen op de Eredivisie-velden. Met weemoed wordt dan gememoreerd aan de tijden dat potige verdedigers als Theo Laseroms, Rinus Israël, Jaap Stam of de Braziliaan Alex heersten in de zestien meter. De lengte, maar vooral het gewicht en bijbehorende spierkracht van de spelers spelen een belangrijke rol in het ontzag dat een defensie inboezemt bij de aanvallers van de tegenpartij.

Is dit slechts nostalgie of staat Nederland er echt zo slecht op? Voetbalzone zocht het uit, haalde de feiten boven tafel en zette het fysiek van de vaderlandse top vijf af tegen de winnaars van de vijf grote competities van het afgelopen jaar.

Om een goed en eerlijk beeld te kunnen scheppen is er per club gekeken naar de vier belangrijkste verdedigend ingestelde spelers die in (de nabijheid) van de as opereren. Het fysieke aspect komt immers vooral naar voren in rechtstreekse (lucht)duels en de backs van de huidige generatie worden tegenwoordig ook afgerekend op hun opkomende kwaliteiten. Daarnaast is de rol in het elftal en het aantal speelminuten in het afgelopen seizoen meegenomen in het bepalen van de selectie.

Met deze criteria in de hand kom je tot een gemiddelde lengte van 1.84 meter en een gewicht van 77 kilogram voor speler uit de top van de Eredivisie (zie bijlage). Als je dat afzet tegen de cijfers van de kampioenen van de vijf grootste Europese competities, wordt het makken van de Nederlandse clubs pijnlijk duidelijk. Waar de lengte slechts twee centimeter hoger ligt in het buitenland, is het verschil in gewicht maar liefst vijf kilo!

Deze statistieken zijn allesbehalve geflatteerd, want het is maar goed dat de bijna 90 kilo zware Eric Botteghin met zijn 1733 Eredivisie minuten nog net binnen de criteria viel en de 62 kilo wegende Thulani Serero buiten beschouwing is gelaten. Daarnaast had het meerekenen Mike van der Hoorn, die in het laatste deel van het seizoen een basisplaats had, ook weinig verschil gemaakt. Ondanks zijn lengte van 1.90 meter weegt hij volgens de clubsite van Ajax slechts 81 kilo. Bij de selectie van de buitenlandse ploegen halen Leicester City en Barcelona het gemiddelde wat naar beneden. Bij Leicester zijn noodgedwongen twee centrale middenvelders meegerekend en Barcelona staat niet bekend om zijn krachtpatsers. Bovendien is het qua spel absolute buitencategorie.

Gezien het feit dat we er rustig vanuit kunnen gaan dat de meeste profvoetballers geen grote hoeveelheden overtollige vetreserve hebben, komt het er op neer dat de huidige generatie voetballers in Nederland meer dan vijf kilo (!) spiermassa inboet ten opzichte van de buitenlandse collega’s. In de medische wetenschap is de correlatie én causaliteit tussen het aantal kilo spiermassa en het spieruithoudingsvermogen, spierkracht, kracht van pezen en ligamenten, explosiviteit, stabiliteit, sprongkracht, herstelsnelheid, neuro-musculaire coördinatie, sterkte van de botten, verlaging van de bloeddruk en de vergroting van specifieke kracht in sport al decennia geleden vastgesteld. Nog los van het feit dat dit slechts een greep uit de lange lijst fysieke voordelen is, is het psychologische effect natuurlijk ook enorm. Het scheelt namelijk nogal of je in de tunnel naast iemand staat met het fysiek van een rugbyspeler of een balletdanseres.

Financieel gezien kunnen we het buitenland misschien al lang niet meer bijbenen, maar op het fysieke vlak zou dat geen probleem moeten zijn. Desalniettemin lopen we in Nederland klaarblijkelijk mijlenver achter op het gebied van goede individuele trainings- en voedingsprogramma’s die moeten zorgen voor een gezonde spiermassa. Vanzelfsprekend zijn er talloze andere factoren die iemand een goede verdediger maken, maar een topsportlichaam is absolute noodzaak op het hoogste niveau mee te kunnen en hoeft niet ten koste te gaan van snelheid en wendbaarheid. Nog los van de voor de hand liggende voordelen in de wedstrijd, wordt naast de kans op blessures ook de gemiddelde revalidatietijd ervan stevig verkleind. Het is een treurige conclusie dat dit facet van topsport in Nederland zo in de kinderschoenen staat.

Nemanja Gudelj lijkt een uitzondering te vormen. Als verdedigend ingestelde speler heeft hij met zijn 87 kilo een afgetraind topsportlijf. Na zijn overgang vorige zomer verkondigde hij ‘Het Olivera-dieet’ te volgen, vernoemd naar zijn moeder die voedingsdeskundige schijnt te zijn. In zijn betoog vertelde hij onder meer dat hij geen koffie drinkt ‘omdat je na elke kop zeven glazen water moet drinken om je vochthuishouding weer in evenwicht te krijgen’, Prachtig natuurlijk dat Nemanja er zo mee bezig is en de woorden van zijn moeder trouw volgt. Toch valt hij pijnlijk door de mand. Dat koffie een vochtafdrijvende werking heeft, is namelijk al jaren geleden een fabeltje gebleken. Met een dergelijke bewering toont Nemanja aan niet de juiste adviezen te krijgen en met huis-tuin-en-keuken-wijsheden te werken. Nu is koffieconsumptie niet zo boeiend voor spieropbouw en haalt hij onderaan de streep dus wel gewoon zijn doelen, maar hij is niet bepaald goed geïnformeerd.

Voetbal is te complex om de resultaten terug te beredeneren naar eenvoudige statistieken als lengte en gewicht. Vrijwel iedere topclub onderkent echter het belang van een stevige spiermassa. Ondanks het feit dat de gemiddelde leeftijd in Nederland lager ligt dan in de rest van Europa, mogen we van een volgroeide achttienjarige knul verwachten dat hij zijn trainingsarbeid in de sportschool voor elkaar heeft. Een trainer als Gertjan Verbeek wist dat als geen ander, maar werd in eigen land vaak verweten te veel arbeid te verlangen en is inmiddels werkzaam in de tweede Bundesliga.

Ondertussen babbelen we hier oeverloos verder over trainingsvormen, tactische varianten en hoe de jeugd het spelletje moet leren lezen. Tegelijkertijd versterkt aan de andere kant van de grens Bayern München zich met Mats Hummels; 1.92 meter lang en 92 kilogram schoon aan de haak.

Bron: voetbalzone

Seizoen begonnen voor 1e elftal O.S.S.’20

Het seizoen 2015|2016 is weer begonnen. Dinsdagavond heeft het 1e elftal voor het eerst getraind. Na een paar weekjes rust werden ‘onze mannen’ vandaag hard aan het werk gezet. Conditie- en hersteltrainer Stefan Lipp (nieuw aan de staf toegevoegd dit seizoen) werkte onder andere een conditietraining af.
Hieronder enkele foto’s van de training.

IMG_6402IMG_6415IMG_6443IMG_6447

 

Bron: www.oss20.nl

Fysieke pre- voorbereiding O.S.S.’20

De voorbereiding bij O.S.S.’20 start officieel dinsdag 7 juli maar een groep enthousiaste selectiespelers trainden de afgelopen maand gewoon door. Onder leiding van conditie- en hersteltrainer Stefan Lipp vond er wekelijks een training plaats. Tijdens deze trainingen werd er extra aandacht besteed aan core- en stabiliteitstraining maar ook het conditionele aspect werd zeker niet vergeten.

V2 V1








Koeman: ‘Nederlandse jeugd moet fysieker trainen’

Ronald Koeman is vanaf dit seizoen trainer van Southampton. De oefenmeester ziet in de Premier League de tekortkomingen van het Nederlandse voetbal en schroomt niet deze in de media op te sommen.
“Voetbal verandert. Wij Nederlanders hebben te lang het fysieke aspect van voetbal genegeerd. We scouten vooral op talent, op technische spelers. Maar als ik zie hoe hier in Engeland de jeugd traint, en ik zet dat af tegen wat spelers van dezelfde leeftijd in Nederland doen, is dat een groot verschil. In Nederland zijn we gericht op de bal, het meevoetballen, positiespel. We houden ons daaraan veel te veel vast, terwijl ik vind dat we juist op fysiek vlak veel meer moeten investeren”, aldus de oefenmeester tegen Voetbal International.
De eisen van de Engelse voetbalbond, FA, zijn volgens Koeman nog strenger dan die van de KNVB. “Ze zitten er bovenop. Alles moet goed geregeld zijn. De jeugdacademies hier dienen te voldoen aan eisen die de FA stelt. Wij proberen onze Nederlandse ideeën van trainen, van de indeling van de week, wanneer je wat doet en hoe traint, te implementeren in de opleiding bij Southampton, maar de academie krijgt geregeld controle van de FA.”
Bron: Joey Knobben – ELF voetbal

Hamstringblessure bij sporters

In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen 2 typen hamstringblessures, namelijk het sprint type hamstringblessure en het stretch type hamstringblessure. Zowel uit biomechanische als uit klinische studies is er een overtuigend bewijs dat het sprint type hamstringblessure optreedt in het laatste deel van de voorste zwaaifase binnen de hardloopcyclus (Chumanov et al.,2011). De bi-articulaire hamstrings ondergaan in deze fase van de loopcyclus een actieve lengtecontractie waarbij de peak stretch vlak voor voetcontact bereikt wordt. Bij sprintarbeid is er in deze fase van de loopcyclus geen bodemcontact, waardoor de hamstrings de kinetische energie van het naar voren zwaaiende been moeten opvangen. De hoeveelheid kinetische energie die opgevangen moet worden is evenredig aan het kwadraat van de loopsnelheid. De gevraagde verlenging en excentrische arbeid van de hamstrings maken deze spieren dus kwetsbaar voor blessures.

Download hier het volledige artikel.

Bron: Vereniging voor Sportgeneeskunde

Bewegingsanalyse en sportblessures

Door het karakter van het voetbalspel is er een relatief grote kans om geblesseerd te raken, als voetbal vergeleken wordt met andere takken van sport. Het blessure risico in wedstrijden ligt beduidend hoger dan bij trainingen. Bij trainingen in de periode van voorbereiding op de competitie ligt het blessure risico twee- tot driemaal zo hoog als dat bij trainingen in de wedstrijdperiode. Een relatief hoog spelniveau is gekenmerkt door een hoger blessure risico. Naarmate het spelniveau toeneemt, neemt ook het blessure risico toe.

Download hier het volledige artikel en lees verder Hoofdstuk 15 pagina 47.

Bron: samengesteld en bewerkt door Erwin van Beek

Trainingsprogramma ‘Voetbal Blessure Vrij’

De KNVB en Consument en Veiligheid bieden gezamenlijk het trainingsprogramma ‘Voetbal Blessure Vrij’ aan om blessures te voorkomen. Het programma is beschikbaar via de subsite voor Trainers & Coaches en wordt ondersteund door Giovanni van Bronckhorst.

Elk jaar lopen 620.000 veld voetballers een blessure op. Vooral de enkels en knieën moeten het ontgelden. Om deze voetbalblessures aan te pakken is het trainingsprogramma ‘Voetbal Blessure Vrij’ ontwikkeld.

Het trainingsprogramma bevat oefeningen die blessures helpen te voorkomen. Trainers kunnen deze oefeningen verwerken in hun training. Het programma bestaat uit een complete warming-up en stabiliteitsoefeningen. Voor de warming-up wordt er gebruik gemaakt van het 11+ programma van de FIFA. Daarmee wordt dertig procent van de blessures voorkomen.

Bekijk de stabiliteitsoefeningen
Met behulp van korte voorbeeld films zijn de diverse oefeningen te bekijken. Het programma wordt daarnaast ook aangeboden via de KNVB Academie. De stabiliteitsoefeningen zijn opgedeeld in drie niveaus.

Bekijk hier niveau 1:
Terugspelen na inspringen vanaf 1 been
Terugspelen vanuit tripling
Terugspelen vanuit voorwaarts lopen
Terugspelen vanuit zijwaartse aansluitpas
Terugkoppen vanuit tweebenige sprong

Bekijk hier niveau 2:
Statisch terugspelen
Terugspelen na zijwaartse sprong
Terugspelen na voorwaarts lopen en drie balcontacten
Terugspelen na sprong van twee benen naar één been

Bekijk hier niveau 3:
Statisch terugspelen na drie balcontacten
Terugspelen na eenbenige sprong op hetzelfde been
Terugspelen en buitenwaarts draaien

Meer oefeningen?
De stabiliteitsoefeningen uit het trainingsprogramma ‘Voetbal Blessure Vrij’ zijn goed te combineren met het warming-up-programma 11+ van de FIFA. Het programma is ontwikkeld door een internationale groep deskundigen en helpt blessures bij mannelijke en vrouwelijke voetballers van veertien jaar en ouder te voorkomen.

Bekijk hier het warming-up-programma 11+ van de FIFA online.

Download hier de 11+ warming-up programma.

Download hier de  11+ poster.

Bron: KNVB en Consument en Veiligheid

 

Cijfers sportblessures in Nederland

Sport en bewegen leveren vooral een positieve bijdrage aan de volksgezondheid. De baten voor de gezondheid wegen dan ook op tegen de kosten die veroorzaakt worden door sportblessures. Niettemin is het zinnig om aandacht te besteden aan de preventie van sportblessures. De belangrijkste reden daarvoor is dan ook om te voorkomen dat sporters gehinderd worden om door te gaan met de gezonde bezigheid die sport is. Om te komen tot een optimale preventie is kennis over de epidemiologie van sportblessures een vereiste. Deze factsheet geeft een overzicht van de belangrijkste gegevens over de epidemiologie van sportblessures.

Download hier de cijfers blessures door veldvoetbal

Download hier factsheet sportblessures

Download hier kerncijfers sportblessures in Nederland

Bron: www.veiligheid.nl

Voetbal blessure vrij eerste hulp bij sport ongevallen (EHBSO)

Bij blessurevrij voetballen zijn 2 zaken van groot belang: het behandelen van sportblessures én het voorkomen van sportblessures. Een heleboel sportblessures zijn te voorkomen, maar helaas niet allemaal. Een goede en snelle Eerste Hulp Bij Sport Ongevallen (EHBSO) is daarbij heel belangrijk. Het herstel van een sportblessure begint namelijk al op het moment dat de eerste hulp wordt geboden.

 Download hier Voetbal blessure vrij eerste hulp bij sport ongevallen,

Bron:  Sport Blessure Vrij is een uitgave van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG), Consument en Veiligheid en de KNVB. In samenwerking met Het Oranje Kruis en NOC*NSF.

 

Handleiding blessurepreventie

Voetbalverenigingen spelen een belangrijke rol bij het voorkomen en behandelen van blessures en de opvang van geblesseerde spelers. Of liever gezegd: dat zou in de ideale situatie zo moeten zijn. Gelukkig raken steeds meer clubs overtuigd van het belang van een structureel blessurepreventieplan.

Een handig hulpmiddel hierbij is de handleiding blessurepreventie, die is ontwikkeld in samenwerking met de Arbo Unie, NOC*NSF en het Sportmedisch Centrum van de KNVB. Deze handleiding is geschreven voor kaderleden en andere vrijwilligers die binnen hun vereniging actief willen bijdragen aan blessurepreventie. Het document kan hen helpen om tot een structurele en doelgerichte aanpak te komen.

Download hier de Handleiding Blessurepreventie.

Bron: KNVB