Schrikbarende spiermassa-statistiek legt makken Eredivisie pijnlijk bloot

In Nederland wordt er door de critici nog wel eens met de term jonge juffrouwen verwezen naar de verdedigers die rondlopen op de Eredivisie-velden. Met weemoed wordt dan gememoreerd aan de tijden dat potige verdedigers als Theo Laseroms, Rinus Israël, Jaap Stam of de Braziliaan Alex heersten in de zestien meter. De lengte, maar vooral het gewicht en bijbehorende spierkracht van de spelers spelen een belangrijke rol in het ontzag dat een defensie inboezemt bij de aanvallers van de tegenpartij.

Is dit slechts nostalgie of staat Nederland er echt zo slecht op? Voetbalzone zocht het uit, haalde de feiten boven tafel en zette het fysiek van de vaderlandse top vijf af tegen de winnaars van de vijf grote competities van het afgelopen jaar.

Om een goed en eerlijk beeld te kunnen scheppen is er per club gekeken naar de vier belangrijkste verdedigend ingestelde spelers die in (de nabijheid) van de as opereren. Het fysieke aspect komt immers vooral naar voren in rechtstreekse (lucht)duels en de backs van de huidige generatie worden tegenwoordig ook afgerekend op hun opkomende kwaliteiten. Daarnaast is de rol in het elftal en het aantal speelminuten in het afgelopen seizoen meegenomen in het bepalen van de selectie.

Met deze criteria in de hand kom je tot een gemiddelde lengte van 1.84 meter en een gewicht van 77 kilogram voor speler uit de top van de Eredivisie (zie bijlage). Als je dat afzet tegen de cijfers van de kampioenen van de vijf grootste Europese competities, wordt het makken van de Nederlandse clubs pijnlijk duidelijk. Waar de lengte slechts twee centimeter hoger ligt in het buitenland, is het verschil in gewicht maar liefst vijf kilo!

Deze statistieken zijn allesbehalve geflatteerd, want het is maar goed dat de bijna 90 kilo zware Eric Botteghin met zijn 1733 Eredivisie minuten nog net binnen de criteria viel en de 62 kilo wegende Thulani Serero buiten beschouwing is gelaten. Daarnaast had het meerekenen Mike van der Hoorn, die in het laatste deel van het seizoen een basisplaats had, ook weinig verschil gemaakt. Ondanks zijn lengte van 1.90 meter weegt hij volgens de clubsite van Ajax slechts 81 kilo. Bij de selectie van de buitenlandse ploegen halen Leicester City en Barcelona het gemiddelde wat naar beneden. Bij Leicester zijn noodgedwongen twee centrale middenvelders meegerekend en Barcelona staat niet bekend om zijn krachtpatsers. Bovendien is het qua spel absolute buitencategorie.

Gezien het feit dat we er rustig vanuit kunnen gaan dat de meeste profvoetballers geen grote hoeveelheden overtollige vetreserve hebben, komt het er op neer dat de huidige generatie voetballers in Nederland meer dan vijf kilo (!) spiermassa inboet ten opzichte van de buitenlandse collega’s. In de medische wetenschap is de correlatie én causaliteit tussen het aantal kilo spiermassa en het spieruithoudingsvermogen, spierkracht, kracht van pezen en ligamenten, explosiviteit, stabiliteit, sprongkracht, herstelsnelheid, neuro-musculaire coördinatie, sterkte van de botten, verlaging van de bloeddruk en de vergroting van specifieke kracht in sport al decennia geleden vastgesteld. Nog los van het feit dat dit slechts een greep uit de lange lijst fysieke voordelen is, is het psychologische effect natuurlijk ook enorm. Het scheelt namelijk nogal of je in de tunnel naast iemand staat met het fysiek van een rugbyspeler of een balletdanseres.

Financieel gezien kunnen we het buitenland misschien al lang niet meer bijbenen, maar op het fysieke vlak zou dat geen probleem moeten zijn. Desalniettemin lopen we in Nederland klaarblijkelijk mijlenver achter op het gebied van goede individuele trainings- en voedingsprogramma’s die moeten zorgen voor een gezonde spiermassa. Vanzelfsprekend zijn er talloze andere factoren die iemand een goede verdediger maken, maar een topsportlichaam is absolute noodzaak op het hoogste niveau mee te kunnen en hoeft niet ten koste te gaan van snelheid en wendbaarheid. Nog los van de voor de hand liggende voordelen in de wedstrijd, wordt naast de kans op blessures ook de gemiddelde revalidatietijd ervan stevig verkleind. Het is een treurige conclusie dat dit facet van topsport in Nederland zo in de kinderschoenen staat.

Nemanja Gudelj lijkt een uitzondering te vormen. Als verdedigend ingestelde speler heeft hij met zijn 87 kilo een afgetraind topsportlijf. Na zijn overgang vorige zomer verkondigde hij ‘Het Olivera-dieet’ te volgen, vernoemd naar zijn moeder die voedingsdeskundige schijnt te zijn. In zijn betoog vertelde hij onder meer dat hij geen koffie drinkt ‘omdat je na elke kop zeven glazen water moet drinken om je vochthuishouding weer in evenwicht te krijgen’, Prachtig natuurlijk dat Nemanja er zo mee bezig is en de woorden van zijn moeder trouw volgt. Toch valt hij pijnlijk door de mand. Dat koffie een vochtafdrijvende werking heeft, is namelijk al jaren geleden een fabeltje gebleken. Met een dergelijke bewering toont Nemanja aan niet de juiste adviezen te krijgen en met huis-tuin-en-keuken-wijsheden te werken. Nu is koffieconsumptie niet zo boeiend voor spieropbouw en haalt hij onderaan de streep dus wel gewoon zijn doelen, maar hij is niet bepaald goed geïnformeerd.

Voetbal is te complex om de resultaten terug te beredeneren naar eenvoudige statistieken als lengte en gewicht. Vrijwel iedere topclub onderkent echter het belang van een stevige spiermassa. Ondanks het feit dat de gemiddelde leeftijd in Nederland lager ligt dan in de rest van Europa, mogen we van een volgroeide achttienjarige knul verwachten dat hij zijn trainingsarbeid in de sportschool voor elkaar heeft. Een trainer als Gertjan Verbeek wist dat als geen ander, maar werd in eigen land vaak verweten te veel arbeid te verlangen en is inmiddels werkzaam in de tweede Bundesliga.

Ondertussen babbelen we hier oeverloos verder over trainingsvormen, tactische varianten en hoe de jeugd het spelletje moet leren lezen. Tegelijkertijd versterkt aan de andere kant van de grens Bayern München zich met Mats Hummels; 1.92 meter lang en 92 kilogram schoon aan de haak.

Bron: voetbalzone