Hamstringblessure bij sporters

In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen 2 typen hamstringblessures, namelijk het sprint type hamstringblessure en het stretch type hamstringblessure. Zowel uit biomechanische als uit klinische studies is er een overtuigend bewijs dat het sprint type hamstringblessure optreedt in het laatste deel van de voorste zwaaifase binnen de hardloopcyclus (Chumanov et al.,2011). De bi-articulaire hamstrings ondergaan in deze fase van de loopcyclus een actieve lengtecontractie waarbij de peak stretch vlak voor voetcontact bereikt wordt. Bij sprintarbeid is er in deze fase van de loopcyclus geen bodemcontact, waardoor de hamstrings de kinetische energie van het naar voren zwaaiende been moeten opvangen. De hoeveelheid kinetische energie die opgevangen moet worden is evenredig aan het kwadraat van de loopsnelheid. De gevraagde verlenging en excentrische arbeid van de hamstrings maken deze spieren dus kwetsbaar voor blessures.

Download hier het volledige artikel.

Bron: Vereniging voor Sportgeneeskunde